Blindegeleidehond

Uitleg over de blindegeleidehond

Het Geleidewerk

Een blindegeleidehond heeft geleerd zijn geleider (zijn baas) veilig langs obstakels te leiden, gevaarlijke situaties te voorkomen en zich in allerlei omstandigheden oplettend te gedragen. De hond doet dit in zijn ‘werkkleding’, het tuig met de daaraan bevestigde beugel. Door die beugel, die altijd met de linkerhand wordt vastgehouden, staat de geleidehondgebruiker in rechtstreeks contact met zijn hond. Alle bewegingen die de blindegeleidehond maakt, worden via de beugel direct overgebracht. Op deze manier kan de geleider voelen wat de hond bij het geleiden doet.

Eigen initiatief

Tijdens zijn maandenlange opleiding heeft de hond geleerd enerzijds opdrachten op commando uit te voeren. Anderzijds kan van hem verwacht worden dat hij, wanneer de omstandigheden hierom vragen, initiatief neemt, zelfstandig bepaalde zaken voor zijn geleider doet en hem behoedt voor gevaarlijke situaties.

Met blindegeleidehond straat oversteken

De geleider houdt het heft in handen

Ondanks het feit dat een blindegeleidehond, zeker als hij wat meer ervaring heeft, heel veel kan en heel zelfstandig is, blijft zijn baas als geleider altijd verantwoordelijk. Hij of zij bepaalt welke route er gelopen wordt, wanneer er wel of niet gestopt wordt bij het park en ten dele het looptempo. Bij het oversteken is het de taak van de geleider zich goed te oriënteren en te luisteren of hij kan oversteken.
Wanneer de geleider van mening is dat oversteken veilig is, wordt het commando gegeven. Komt er toch verkeer aan, dan moet de blindegeleidehond dit commando weigeren. Omdat een hond geen snelheid kan inschatten en ook niet kan zien of een stoplicht rood of groen is, blijft de geleider verantwoordelijk. Dit geldt ook voor het lopen van de route zelf. Een hond weet in principe niet of een route goed of fout gelopen is. Gaat het dus mis, dan ligt de fout niet bij de hond maar bij zijn geleider, die beter op had moeten letten.

Nieuwe routes

Ook nieuwe routes leert de geleider eerst zelf, met behulp van een ziende. De blindegeleidehond gaat dan mee aan de lijn. Beheerst de geleider de route, dan kan de blindegeleidehond in tuig mee. Het is dan wel belangrijk dat de route in één keer goed gelopen wordt. Anders leert de hond de route fout aan.

Leidinggeven aan de blindegeleidehond

Om verantwoordelijk te blijven en de leiding te behouden is het belangrijk goed leiding te geven aan de hond. De hond weet dan precies waar hij aan toe is en wat van hem verwacht wordt. Wel is het van belang de blindegeleidehond voldoende ruimte te geven om zelfstandig te kunnen handelen als de situatie hierom vraagt.

Leiding geven aan de blindegeleidehond kan door middel van:
– Commando’s
– Lichaamstaal
– De intonatie van de stem
– Riemvoering

Een geleidehond kent verschillende commando’s

Deze commando’s worden onderscheiden in :
– Commando’s wanneer de hond vrij of aan de lijn is
– Commando’s die alleen gegeven mogen worden aan de geleidehond in tuig
De hond zal elk commando van zijn geleider in principe meteen opvolgen. Alleen wanneer dit voor zijn geleider gevaar oplevert, mag hij deze weigeren totdat de situatie weer veilig is. Dit is overigens uniek bij de hondentraining in het algemeen, die erop gericht is dat de hond te allen tijde de commando’s opvolgt.

Kim en geleidehond Zeppo steken de straat over

Met de beugel geleidt de hond zijn geleider

De functie van de beugel aan het tuig is het doorgeven van de bewegingen van de hond aan zijn geleider. De bedoeling hiervan is dat de geleider zich laat geleiden door zijn hond en niet andersom. Het is voor de hond namelijk bijzonder hinderlijk wanneer zijn geleider hem met de beugel probeert te sturen of te corrigeren. Hiervoor beschikt de geleider over de commando’s, de stem en de lichaamshouding en de riem.

Geleiden; zelfstandig en op commando

Tijdens de opleiding leert de blindegeleidehond een aantal handelingen op commando te doen. Andere zaken doet hij zonder commando uit zichzelf, mits zijn geleider volgens de regels werkt.
* Zelfstandig Het ontwijken van hindernissen
De hond moet zelfstandig hindernissen ontwijken en daarbij zijn geleider voldoende ruimte geven om hier omheen of onderdoor te lopen. Neemt de hond de hindernis niet ruim genoeg, dan dient hij hierop geattendeerd te worden door met de herkenningsstok tegen het obstakel te tikken, terug te lopen en de hindernis nogmaals te nemen.
* Het aangeven van stoepranden
Na het commando tot oversteken, zal de hond hiervoor de meest gunstige plek zoeken. Alvorens over te steken geeft hij de stoeprand aan door hierop even stil te staan. Na het oversteken wordt ook aan de andere kant van de weg de stoeprand gezocht en aangegeven (met de voorpoten op de stoeprand stilstaan) ten teken dat de stoep gevonden is. Geeft de hond de stoeprand niet aan, dan dient hij hierop geattendeerd te worden door opnieuw op de stoeprand aan te lopen. Vindt de geleider het niet nodig, dan vindt de hond het ook niet nodig en laat het aangeven van stoepranden voortaan achterwege. Ook in een voor u lastige en/of nieuwe omgeving.
* Op commando:
Het aangeven van zebrapaden en oversteekplaatsen
Waar die aanwezig zijn, zal de hond zebrapaden en andere voetgangersoversteekplaatsen, op verzoek aangeven.

Het oversteken van straten

De geleidehond zal ter oriëntatie van zijn geleider iedere zijstraatM/em> even ingaan. Op commando zoekt de hond de stoeprand en steekt zo recht mogelijk over. Het is sterk af te raden om op de hoeken over te steken. Door elke straat een stukje in te gaan kan de geleidehondgebruiker zich goed ori‰nteren. Bovendien heeft dit tot voordeel dat de geleidehondgebruiker dan alleen geluiden van links en rechts krijgt en niet tevens ook van voren en van achteren, wat de concentratie ten goede komt.

Het zoeken van…

Na een zoekopdracht, bijvoorbeeld; zoek deur, brengt de hond zijn geleider naar het gewenste voorwerp dat genoemd is in de opdracht.

De geleidehond in het openbaar

Bij u thuis of op uw werk, zonder zijn tuig aan, is de geleidehond een gewone huishond. Pas wanneer hij ingetuigd is, is hij in functie als geleidehond. Omdat geleidehonden in de regel overal mee naar toe gaan, moeten zij zich ook aan bepaalde gedragsregels houden. Die regels zijn terug te voeren op ‚‚n regel:
De geleidehond dient zich altijd rustig en netjes te gedragen, zonder dat hij overlast voor anderen veroorzaakt.

Wanneer u met uw geleidehond in het openbaar verschijnt, dient u er rekening mee te houden dat u in de belangstelling staat. Er zijn altijd mensen die een geleidehond interessant vinden en u nakijken. Let er daarom goed op dat uw toon tegen de hond correct is en dat u uw hond niet met uw stok aanraakt. Bij minder oplettende mensen zou u de indruk kunnen wekken dat u de hond slaat. Ook kan het gebeuren dat mensen uw hond aanhouden om hem te aaien, met hem te praten, of erger nog, met uw hond over u gaan praten. Dergelijke situaties zijn vervelend, maar zelden kwaad bedoeld. Probeer daar beslist maar wel vriendelijk een einde aan te maken.

Over het algemeen wordt een blindegeleidehond in de meeste winkels gewoon toegelaten. Het is echter aan de winkelier om te bepalen of hij dit al dan niet toestaat. Toegang van honden, ook van geleidehonden, in winkels is wettelijk niet verboden. De Keuringsdienst van Waren, die richtlijnen hierover afgeeft ziet geen bezwaar in de aanwezigheid van honden in winkels, met uitzondering van slagerswinkels waar dit om hygiënische redenen verboden is. Toegang van geleidehonden in winkels is dus geen vaststaand recht, maar wel een heel redelijk verzoek dat in de praktijk zelden geweigerd wordt.*
U vormt met uw hond een unieke combinatie. Laat daarom nooit een ander met uw hond lopen als deze is ingetuigd. Aan de enkele riem mag natuurlijk wel.

* Sinds oa de ratificatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een beperking (2016) is het een wettelijk recht. Zie elders op deze site.

De honden leer top-tien

Goed geleidewerk is een continu leerproces. Ook als de hond eenmaal is opgeleid, blijft hij leren. Nieuwe routes, maar ook het bijhouden van wat hij ooit allemaal op school geleerd heeft valt onder dat leerproces. Om het leerproces goed te kunnen begeleiden is het belangrijk de tien geboden van het leren te kennen;

1 Tot op zeer hoge leeftijd kan de blindegeleidehond leren
2 Geduld en belonen zijn de beste methode om iets aan te leren. Beloning moet wel binnen ‚‚n seconde na de daad gedaan worden. De hond kan dan de koppeling leggen tussen de beloning en het goede gedrag.
3 Afwisselend belonen, dan weer wel, dan weer eens niet, geeft het beste resultaat. Bij voortdurende beloning treedt gewenning op waardoor de beloning in kracht afneemt.
4 Beloning verschilt van hond tot hond. Bekijk waar uw hond het beste op reageert.
5 Mentale activiteit, het leren, is zeer vermoeiend voor een hond. Beter is het drie keer tien minuten te oefenen, dan ‚‚n keer een half uur.
6 Het aanleren moet gebeuren in een rustige, vertrouwde omgeving.
7 Gaat er tijdens de aanleerfase iets fout, ga dan een stapje in de training terug.
8 De naam van de hond is geen commando. Alleen de actie is een commando. Aan uw stem moet de blindegeleidehond kunnen horen wat u bedoelt.
9 In het gezin moeten alle leden de hond kunnen commanderen. Dit bevestigt zijn plaats in de rangorde als roedellaagste. Gebruik hiervoor alleen appèlcommando’s en geen geleidewerkcommando’s
10 Pas op met straffen. Straf niet teveel en besluit elk onderdeel van de training positief voor u verder gaat.

Tekst afkomstig uit het theorieboek van KNGF geleidehonden

Streng verboden te aaien!

– 8 uur op een cursus voor een geleidehond in Amsterdam

Niet aaien! Daar kan een geleidehond niet tegen. Voordringen in het postkantoor leer je hem niet af.

8.00 uur: Zie ze daar eens zitten in het bestelbusje: de teefjes Juba en Brenny en de reu Lion. Daar zijn de drie vrienden voor een lange dag training tot geleidehond aan de hand van instructrice Brigitte van Gestel (31). Juba, lief droef ogend, mag het eerst het hok uit, Amsterdam-Oud Zuid in. De instructrice, verbonden aan KNGF Geleidehonden, loopt achter de hond, die zowel aan de riem als in de beugel loopt. Het is een klein wonder.
Brigitte zegt links, en Juba loopt links, ze zegt rechts en hij loopt rechts. Bovendien zoekt het dier zelf zijn weg als het lastig wordt. En dat is hier vandaag eigenlijk overal. Het is of de vuilnisdienst nog steeds in staking is, de grootsteedse gribus ligt hoog opgetast tussen verweesde fietsen. Maar het opmerkelijkst: bij elke stoep stopt de hond automatisch.

9.30 uur: Een oude hond kun je geen kunstjes meer leren, jonge dieren des te meer. Ze beginnen hun training als ze een maand of veertien zijn. Daarvoor zijn ze al een jaar bij een pleeggezin geweest om de eerste vaardigheden van gehoorzaamheid te leren. De training duurt zes tot acht maanden en kost zo’n 35.000,- euro. Brigitte: “Daarna wordt het dier toegewezen. Uiteraard krijgen de nieuwe baasjes ook een training. De kunst zit hem in het leren belonen. Je kunt een dier leren naar een brievenbus te gaan door steeds een brokje te geven als ze het goed doen.”

10.15 uur: Na de koffie is het tijd voor wisseling van de wacht. De honden kunnen niet veel langer dan een uur, anderhalf uur achter elkaar doorlopen. “Kwestie van concentratie, daarna houdt het een beetje op. Het is toch steeds doorlopen, opletten, heel vermoeiend.” Daarom trainen ze ’s ochtends en ’s middags een uurtje. Bijkomend voordeel is dat het tempo van nieuweling Brenny, een donkere labrador, wat lager ligt dan de forse marspas die Juba erin had zitten. Getraind wordt overal en altijd, vooral op plaatsen waar visueel gehandicapten vaak komen: het station, het zebrapad, of de balie.
“Wat we ze niet af kunnen leren is voordringen bij het postkantoor. Het liefst trainen we hier. Dat doen we omdat deze buurt zo chaotisch is, dan kan het dier leren zelf initiatief te nemen.”

11.30 uur: Met de hond Lion, een reu van negentien maanden die precies weet wat hij wil, komt de blindenstok er bij. Zelfs chauffeurs van bestelbusjes stoppen nu en zwaaien vriendelijk. “Ze denken dat ik blind ben, dat vinden ze natuurlijk zielig voor zo’n jonge meid.” Er volgt een enorme uitweiding over aaien. De dieren zijn enorm aaibaar, maar doe het vooral niet. Een aai is voor een geleidehond een teken van beloning, en die mag alleen de baas uitdelen, anders raakt het dier in de war.

14.00 uur: Soms is een blindegeleidehond te goed van geheugen. Juba wandelt nog eens het vertrouwde blokje door Oud-Zuid. Hij weet zo onderhand alles feilloos te vinden. Handig, dat hij precies weet waar het buurthuis is voor toiletgebruik. Vervelend als Juba ongevraagd tegen de deur van ’s werelds bekendste hamburgerketen opdartelt, een bekend adres. “Ontkennen heeft geen zin.”, lacht Brigitte.

15.45 uur: Na de training dartelen ze naar hun etensbak in de Amsterdamse kennel, dan mogen ze hun behoefte doen en spelen. Moe lijken ze niet. “Dat is meteen een antwoord als mensen het zielig vinden dat de honden zo hard moeten werken. Onzin! Dieren die heel de dag in hun mand liggen, die hebben pas een hondenleven.”

(Bron: AD)

Enkele andere artikelen over de blindegeleidehond

  1. Blinde met geleidehond loopt risico in verkeer
  2. Desudo blindengeleidehonden stopt met afleveren geleidehonden
  3. De 5 grootste ergernissen van blinden met geleidehond
  4. Geopende deuren; onderzoek naar de toegankelijkheid van openbare gelegenheden voor mensen met een hulphond
  5. Kenniscentrum KNGF Campus onderzoekt rol van Google glass voor geleidehondgebruikers
  6. Openbare gelegenheden sluiten vaak deuren voor blinden met geleidehond
  7. Robot vervangt geleidehond
  8. Stichting DCN Geleidehonden