De steden ademen zwaar onder de hemel.
wij geven zogoed wij kunnen
iets van poëzie door,
terwijl wat wij de wereld noemen
als een wekker danst.
Al zijn er weer kleuren gekomen
en werd de liefde openbaar,
er blijven de drama's der langzame panieken
en de moed staat blank van vrees.
Wij spelen te snel.
Maar wij vluchten niet.
Soms is er de kalmte der onschuld
of de harde extase,
soms breken de muren van het lichaam,
maar brandt de waanzinnige wijsheid.