Verrassende ontmoeting

Column Blindganger

Deze column wordt beurtelings geschreven door Kim van Iersel, Monique Meulen en Wim Pierik. Allen zijn blind.
Kim van Iersel 1973 is getrouwd met Berry en woont in Tilburg.

Verrassende ontmoeting

Een paar weken geleden ging ik naar een juwelier omdat ik een horlogebandje nodig had. Mijn horloge is niet bepaald standaard en bijna onvermijdelijk roept dat vragen op. De eerste, behorende tot de categorie meest gestelde vragen is: “Bent u helemaal blind of ziet u nog een beetje?” en daarna: “Is dat sinds uw geboorte of op latere leeftijd?” Als ik dan antwoord dat ik tot mijn achttiende heb kunnen zien, volgt een reactie die me niet onbekend is. Want, zo wordt verondersteld, het is toch wel fijn dat ik heb kunnen zien. Nu weet ik nog hoe dingen en kleuren en zo eruitzien! Ik noem dit bewust een veronderstelling, het wordt immers ook niet als vraag maar meer als vaststelling geformuleerd.
Ik reageer dan door te zeggen dat het nogal betrekkelijk is. Ik weet wat ik had en ik weet wat ik mis en sommige dingen wennen, andere nooit. Het kan dus zowel een voordeel als een nadeel zijn.

De man repliceerde: “Ja maar als ik het heb over een trein weet jij wat ik bedoel, je weet hoe die eruitziet.”
Ik: “Is dat belangrijk dan?”
Hij: “… (stilte). Ja als je het zo stelt, misschien niet.”
Ik verduidelijkte: “Ja, voor wie is het belangrijk: voor jou of voor mij? Of makkelijk dat je weet dat ik weet waar jij over praat. Maar als ik die trein nooit gezien zou hebben dan had ik toch ook een idee van een trein, al is het geen letterlijk beeld. En dat idee is voldoende, dat is mijn wereld.”

Ik merkte dat hij daar even over na moest denken, het moest laten bezinken. Maar toen kwam een opmerking die ik niet zag aankomen!
Hij: “Maar ik denk dan dat je toch beter een been kunt missen.”
Toen viel ik op mijn beurt even stil.
Ik: “Beter….? Er is geen beter. Je zult het ermee moeten doen, er je weg in vinden. Bovendien bekijkt iedereen het vanuit zijn eigen standpunt. Voor mij is mijn gehoor erg belangrijk en ik moet er niet aan denken doof te zijn. Ik denk dat iemand die doof is precies het tegenovergestelde zegt. Dat komt doordat we er niet mee bekend zijn en dan in beperkingen denken, niet de mogelijkheden kennen en zien. Je denkt dan alleen aan wat je allemaal niet meer zou kunnen”

De wereld is niet zwart/wit hè. Alles heeft zo zijn voors en tegens. Ze blijven leuk, die onverwachtse, spontane gesprekken. Vooral als mensen vragen stellen en  openstaan voor een andere visie!

Uit De Stem van Grave 71.4, december 2021

KSBS

De Katholieke Stichting voor Blinden en Slechtzienden (KSBS) werft sinds 1887 fondsen om blinde en slechtziende mensen betere kansen te bieden in het leven.
Bent u geïnteresseerd in oogziekten en wat daar aan te doen is? Hoe blinde en slechtziende mensen leren leven met hun beperking? Hoe het is voor ouders om een kind te krijgen met een oogprobleem? Hoe blinde kinderen spelen met leeftijdgenootjes? Of het mogelijk is dat slechtziende mensen hun rijbewijs halen? En bent u benieuwd welke projecten de KSBS zoal ondersteunt inNederland en andere landen?
U leest het in De Stem van Grave

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Persoonlijk

21 reacties

  1. Wat een kei goeie column. Ik vind het zo bijzonder hoe je het gesprek aangaat met de horloge meneer. En hoe je jouw zienswijze verwoordt.
    Knap.

  2. Mooi stukje geschreven Kim! Het is vaak de onwetendheid van mensen die nooit iemand hebben meegemaakt met een beperking. Welke dan ook.

  3. hoi Kim, een leuk stukje; ook ik voer regelmatig dit soort gesprekken. Een jaar of 3 geleden sprak een man, ik denk nog jong, mij aan toen ik met mijn stok langs zijn motorfiets liep. Eerst kwamen de vragen: kun je nog wat zien? Ben je blind geboren? En toen, heel ernstig, zei hij: ik zou niet willen leven als ik niet zou kunnen zien. Toen viel ik even stil, waarna ik antwoordde dat hij er waarschijnlijk echt wel mee zou leren leven, met deze handicap.
    Maar dit gesprekje is me wel bij gebleven.

    1. Ik ken het Tanja, al zegt men het meestal niet rechtstreeks tegen mij. Maar ik hoor vaker dat mensen menen beterdood te zijn dan blind. Vrij pijnlijk vind ik. Ergens begrijp ik het wel want je moet er toch niet aan denken; tot het je overkomt. En gelukkig beschikte ik over voldoende veerkracht en doorzettingsvermogen om uit dat dal te klimmen.
      Niemand kiest voor een handicap of ziekte maar als je ermee geconfronteerd wordt blijkt (vaak) dat er nog veel mogelijk is en er veel is om van te genieten en te houden.

        1. Kim, toen wij elkaar leerden kennen op de HSAO, alweer zo lang geleden, zat jij midden in dat proces, denk ik. We leerden elkaar slechts oppervlakkig kennen, maar ik heb er toen vaak over nagedacht hoe het moest zijn als je op latere leeftijd blind werd, in tegenstelling tot mijzelf, blind geboren. Ik vond het zo leuk toen we allebei een vriend kregen met wie we verder gingen, ik weet nog dat we allebei een toets moesten maken in een apart lokaal, niet dezelfde toets overigens en dat we toen stiekem kletsten over onze vriendjes.
          Het is soms lastig, maar het is zeker goed gekomen met ons. 🙂

          1. jazeker is het goed gekomen met ons Tanja. 😉 En de vriendjes zijn onze mannen geworden!
            Het was pas een jaar of 2 na mijn ongeluk dat ik aan mijn opleiding begon en stond nog aan het begin van alles eigenlijk. Twee jaar is in dit verband niks, al wordt vaak anders verondersteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.