'Het kan anders, het moet anders'

Hoe zou het toch eigenlijk komen dat mensen mij altijd aanspreken op wat ik niet kan?...
Ik kan veel, dat lijkt me duidelijk: schrijven, zingen, praten, lachen, sporten, bier drinken, eten, vrijen; kortom, bijna alles. Ik schreeuw het ook bijkans van de daken: dat ik me uitstekend vermaak en leuk werk heb.
En toch blijven ze vragen stellen, de mensen die aan me kunnen zien dat ik gelukkig ben.

Gisteren zaten we op een bankje in het bos. 'O', zuchtte een man naast me, 'wat is het toch jammer dat jij die prachtige boom niet kunt zien'.
Als er nou toch iets is wat ik nooit heb gemist, is het wel het zien van een boom. Hij had ook kunnen zeggen: 'Jij boft toch maar dat je die boom niet hoeft te zien doodgaan' of 'Wat heb jij een mazzel dat je mij niet hoeft te zien'.

Ik denk dat dit soort opmerkingen voortkomt uit onvrede. Degene die zo'n vraag stelt, is blij iemand te zien met een handicap. De vragensteller vindt zijn/haar eigen leven niet zo leuk, maar dat van die gehandicapte is nog veel erger. Zodoende verheft de vragensteller zichzelf.

Het kan ook anders

Ik las laatst een mooi verhaal over een man in Noorwegen die een programmeerbedrijf was begonnen. Het was hem weleens opgevallen dat autisten zo ontzettend geconcentreerd kunnen werken. Dus dacht hij: weet je wat? Ik neem alleen autisten in dienst. Het werkte geweldig. Om vijf uur, als de werkdag voorbij was, kreeg hij ze niet naar huis.

Het kan anders, en het moet anders

Vorig jaar was ik op de Paralympics in Athene. Dat zijn de Olympische Spelen voor iedereen die iets mist. Een been, een arm, het maakt niet uit, als je maar iets niet hebt. Het viel me op dat die sporters eigenlijk veel meer 'spirit' hadden dan valide sporters. Eindelijk werden ze eens aangesproken op wat ze wel konden, in plaats van altijd maar weer dat negatieve gezeur van de valide medemens. Er werd voor de TV een jongen geïnterviewd die zilver had gewonnen bij het hardlopen.
'Zo', riep de verslaggever, 'je hebt niet hard genoeg gelopen hè? Je baalt zeker als een stekker?'
'Nee hoor', zei hij, 'ik heb zo hard gelopen als ik kon, maar er was gewoon iemand die harder liep.'

Dat is de goede geest. Als we dat nou eens allemaal zouden doen, daar zou het land een stuk van opknappen.

Zo, nu ga ik weer naar het bos. Even voelen of die boom er nog staat, en misschien horen we straks in de schemering wel nachtegalen...
Ik hoop maar dat die man er niet zit, met zijn vragen want dat zou jammer zijn...
Hij praat altijd door de mooiste vogels heen. Hij hoort ze niet.

Vincent Bijlo

Terug naar overzicht beeldvorming en mooie artikelen
Home