Verwerkingsprocessen

Verwerkingsprocessen

Datum: 19 januari 1998
Opdracht verwerkingsprocessen
Vierde jaar van mijn studie maatschappelijk werk en dienstverlening

Ik heb in mijn leven diverse keren te maken gehad met verlies en rouw om dat verlies.
Op mijn 18de kreeg ik een auto-ongeluk wat mijn leven totaal heeft veranderd. Mijn vriend en een bevriend stel van ons en ik zaten samen in de auto toen we tegen een boom aanreden. Ik kan me hiervan niks herinneren. Toen ik enkele weken daarna bijkwam hoorde ik dat mijn vriend gestorven was, het vriendinnetje van de chauffeur en dat ik blind was geworden. Wat er dan door je heengaat is onbeschrijflijk. Ik heb zo iets gezegd als: oh, wat erg, wat erg, en wat erg voor die ouders. Dan mag ik niet klagen, dan heb ik het er nog goed van afgebracht! Later vertelden mijn ouders dat ik ook nooit klaagde over pijn als de ouders van mijn vriend op bezoek kwamen. Ik dacht toen regelmatig dat als ik dadelijk mijn ogen open zou doen Henry dan binnen zou komen. Uit die ziekenhuisperiode heb ik heel weinig herinneringen. Pas toen ik thuis kwam begon alles beetje bij beetje tot me door te dringen.

Verdriet om dood Henry

Ik heb het in het ‘begin’ verschrikkelijk moeilijk gehad met Henry’s dood. Ik praatte er veel over met mijn ouders. Ik had een boekje en een cassette gekregen van zijn mis. Dat boekje werd me verschillende keren voorgelezen. Ik moest dan altijd heel erg huilen. Ook had ik er enorm veel moeite mee dat mijn vriend dood was en begraven en dat ik daar niet bij was. Alles was al achter de rug, ik zou alleen nog naar een graf kunnen gaan. Ik kreeg van zijn ouders de ring die hij van mij had gehad, een vriendschapsringetje. Ik liet die kleiner maken en heb hem nooit meer afgedaan.

Op zich reageerden de mensen goed op mij als ik praatte over Henry. Wel heb ik ooit eens tegen een vriendin gezegd dat ik nooit meer zo’n leuke vriend zou krijgen. Zij zei toen dat dat niet waar was en dat dat heus wel zou lukken en dat die er ook zouden zijn. Op dat moment was ik het daar niet mee eens en vond ik het zelfs vervelend. Later ging ik inzien (en inmiddels ook ervaren!) dat ze gelijk had. Ik was toen alleen zover nog niet om daar al naar te kunnen kijken op een realistische manier.

Verdriet om blindheid

Wat mijn eigen blindheid betreft is het een heel ander verhaal. Daar kwam ik pas aan toe toen ik Henry’s dood redelijk verwerkt had. Ik ging me de betekenis van het nooit meer kunnen zien steeds meer realiseren omdat ik meer ‘in het leven’ kwam te staan. Hierom heb ik ook heel veel verdriet gehad, en nog.

Wat moet ik zeggen over de beleving ervan?
De ene keer voel ik me sterk, kan ik de hele wereld aan, zet ik stappen die steeds weer overwinningen zijn op mezelf en mijn angst. De andere keer voel ik me diep ongelukkig, ben ik de zin van mijn leven kwijt, voel ik me machteloos, eenzaam en alleen. Toch heb ik ondanks alles altijd het vertrouwen in een toekomst gehouden en had ook steeds genoeg doorzettingsvermogen.

Het ging met vallen en opstaan, veel praten, veel huilen, erover schrijven enz. Er waren tijden bij dat ik alles wegstopte. Maar altijd kwam er dan een moment dat ik dat ging beseffen en ging inzien dat dat niet de goede weg was.
En dan weer alle kracht die ik had proberen op te brengen om me wel te uiten, wat dan inmiddels eng was geworden.

Processen

Ik zie het als een rouwproces en als een leerproces. En aan een proces is, in dit geval, geen tijd verbonden. Het gaat niet om de vraag of ik er kom, of ik kom bij mijn ‘ideaal’. Het gaat er wel om dat ik gelukkig word, en zo goed mogelijk leer omgaan met mijn handicap, mezelf, met anderen, met mijn mogelijkheden en beperkingen.

Hoe reageren anderen?

Heel wisselend. De mensen die dicht bij me staan reageren goed. Ik kon altijd bij ze terecht, ze betuttelden me niet maar dwongen me ook niet. Lieten me zoveel mogelijk vrij maar stimuleerden me wel om stappen te zetten. Aan de andere kant probeerden ze er ook een rem op te zetten als ik dreigde mezelf voorbij te lopen. Tussen mijn moeder en mij is er meestal sprake van een wisselwerking, die er na het ongeluk ook altijd is geweest. Ging het met mij slecht, dan met haar ook en omgekeerd. Toch waren we allebei in staat open en eerlijk te blijven en elkaar zo goed mogelijk op te vangen en te steunen.

Dooddoeners

Dooddoeners heb ik genoeg gehoord. Meestal van mensen die verder van me af stonden. Er werd dan bijvoorbeeld gezegd: oh, maar je bent de enige niet hoor want…. Ik dacht dan altijd dat dat erg genoeg was dat ik niet de enige ben en bovenal dat het leed van een ander mijn leed niet minder maakt. Ik was dus de enige niet. Nou, dan moet ik mezelf zeker gelukkig prijzen. Ook werden er uitspraken gedaan als: ja, je doet er niks aan, je kunt er niks aan veranderen. Of: het heeft zo moeten zijn, God heeft het zo gewild! Bij zulke opmerkingen ga ik echt steigeren! Ik kan daar absoluut niet tegen en probeer altijd, zo rustig mogelijk, uit te leggen wat mijn standpunt is.

Helemaal in het begin werd er ook regelmatig tegen me gezegd: dan heb je nog geluk gehad dat je er nog bent, of: ben maar blij dat je er nog bent! Ik kon dat niet begrijpen, vond het eigenlijk tactloos. Hoe kon ik in hemelsnaam blij zijn dat ik er nog was? Ik lag zelf nog behoorlijk in de kreukels, was blind geworden op mijn 18de, was mijn vriend verloren. Hiep hoi, ik ben er nog. Sowieso merk ik dat veel mensen moeite hebben om om te gaan met mijn blindheid. Mensen vergeten dingen te zeggen, zeggen juist niks, spreken degene naast mij aan om te vragen hoe het met mij is, geven wisselgeld niet terug aan mij maar aan mijn vriend enz.

Waardevol

Ik heb vooral ervaren dat het van onschatbare waarde is dat er mensen in je omgeving zijn die naar je luisteren en met je praten. Ik heb mijn verhaal keer op keer kunnen doen, al was het voor de tiende keer! En dat had ik erg hard nodig.
Gelukkig waren zij er altijd en werd er nooit geklaagd (“Dat heb je al zo vaak verteld!”). Mijn gevoelens en gedachten werden geaccepteerd zoals ze waren.

Ik heb gelukkig niet meegemaakt dat vrienden of familie na een aantal weken vonden dat het over moest zijn.
Wel merkte ik dat sommige mensen er moeite mee hadden met mij te praten over mijn verlieservaringen. Ik praatte er dan niet op door maar wist bij wie ik wel terecht kon. Soms is dat jammer te merken dat je niet aan ‘iedereen’ je verhaal kwijt kunt. Toch probeer ik dat altijd te begrijpen. Niet iedereen is daartoe in staat, wil het of kan het. Ik merk dan bijvoorbeeld dat mensen moeite hebben met hun eigen emoties. Uiteindelijk zijn er maar een paar mensen bij wie ik haast onvoorwaardelijk terecht kan. Mensen die verder van me af staan denken soms dat pijn en verdriet over zijn als je eenmaal een paar jaar verder bent. Soms leg ik dan uit hoe het zit en soms heb ik daar totaal geen zin in en denk dan: “Ze weten niet beter!”
Als ik het wel uitleg begrijpen de meesten het wel. Tijd is zo relatief en zegt niks over de fase van verwerking waarin je zit/zou moeten zitten. Voor verwerking staat nou eenmaal geen tijd.

Bovendien kan het gevoel heel wisselvallig zijn. Er zijn tijden bij dat alles goed en geweldig gaat. Maar er kan ook een periode volgen waarin ik weer terug lijk te vallen. Toch blijkt dan altijd weer dat die put inmiddels minder diep is geworden, dat ik er sneller uit weet te krabbelen.

Participerend en reactief verlies

Ik was bij het ongeluk betrokken zodat er sprake was van participerend verlies. Toch was het verlies voor mij reactief omdat ik er later mee werd geconfronteerd. Het afscheid nemen werd hierdoor voor mij problematisch. Op het moment dat ik hoorde dat Henry overleden was, was hij al begraven en was alles al achter de rug. Ik vond het moeilijk dit verlies te beseffen omdat ik part noch deel had aan zijn begrafenis, de samenstelling van de mis en dergelijke. Met de toedracht zelf had ik wel bemoeienis maar ik was direct bewusteloos dus heb ik geen herinneringen aan het ongeluk zelf of de eerste weken erna.

Verlies is tastbaar maar naarmate de tijd verstrijkt wordt het onzichtbaar.

De rouw wordt verinnerlijkt. Ik heb dit zelf ook zo ervaren. Op een bepaald moment is het verdriet minder heftig, minder intens en minder ‘allesoverheersend’. Ik dacht minder vaak terug aan mijn vriend en was in staat aan hem terug te denken zonder verdrietig te worden, zonder hem meteen zo sterk te missen.

Domino-effect

Het domino-effect van primair verlies waar secundair verlies uit voortkomt is van toepassing op het verlies van mijn gezichtsvermogen.
In het eerste werkcollege werd een inleiding gegeven op het onderwerp. Er werd gesteld dat absolute verwerking niet bestaat. Ik ben het hiermee volkomen eens.
Zelf heb ik het één en ander meegemaakt in mijn leven. Mijn belangrijkste verlieservaring hangt samen met het auto-ongeluk. Nu, na zes jaar, kan ik zeggen dat ik redelijk ver in mijn verwerkingsproces ben, maar verwerkt is het nog niet. Ik heb hier veel over nagedacht en kwam tot de conclusie dat ik niet hoefde te streven naar absolute verwerking.
De pijn om het verlies zal er altijd blijven, evenals de confrontatie met dit verlies. Ik kan proberen er zo goed mogelijk mee te leren leven en het een plaats geven in mijn leven. Vergeten zal ik het nooit en het volledig verwerken ook niet. En dat is iets wat ik probeer te accepteren, te zien als iets dat er mag zijn, de pijn en het verdriet mogen er zijn.

Verder denk ik ook dat je wegloopt van waar het om gaat als je ernaar streeft alles volledig te verwerken. Dan ben je meer bezig met het (onhaalbare) doel, streven, dan met leven! Hierdoor kun je uit het oog verliezen wat je al wel hebt bereikt, geleerd en verwerkt. Je kijkt immers alleen naar wat je nog niet hebt geleerd, verwerkt, geaccepteerd en bereikt. Het is bijna net zo iets als streven naar optimaal geluk.

Durf te leven en durf je pijn te voelen!

Een andere uitspraak die me erg is bijgebleven en die ik herkende is dat de sociale omgeving een heel belangrijke rol speelt in de verwerking van verlies. Als de omgeving je geen ruimte geeft om te praten en je emoties te uiten dan zul je vast komen te zitten in je verwerking. Ik heb zelf altijd gezegd dat ik zonder de steun van met name mijn ouders nooit zo ver zou zijn gekomen. Hiervan ben ik overtuigd. Ik heb zelf ervaren hoe belangrijk het is dat er mensen zijn die naast je staan, je ondersteunen, naar je luisteren, met je praten, je troosten, stimuleren. Er onvoorwaardelijk voor je zijn. Zulke mensen hebben voor mij een onschatbare waarde, een waarde die niet uit te drukken is in woorden.

Behoefte om te praten

De behoefte bij mij, en ook bij mijn ouders was zeker in het begin zo groot om te praten, je verhaal te vertellen en het is juist dan zo belangrijk dat er mensen zijn die naar je luisteren, of je je verhaal nu voor het eerst of voor de tiende keer vertelt. Ik heb dat zo nodig gehad, en soms nog wel.

Verwerkingsprocessen kennen geen tijd

Er zijn mensen bij die zeggen: oh, is dat al zes jaar geleden….! Je hoort ze er vervolgens conclusies uit trekken, zo van; dan heb je het al verwerkt. Ruim twee jaar na het ongeluk begon ik aan mijn studie. Sommige klasgenoten zeiden: is dat al ruim twee jaar geleden gebeurd, dan ben jij er natuurlijk al aan gewend dat je blind bent! Nou, in praktisch opzicht wel. Maar ik denk dat ik er in emotioneel opzicht nooit aan zal wennen.
Man peinst

Gelukkig zijn er genoeg mensen in mijn omgeving die dat begrijpen, er zelfs al vanuit gaan dat ik er nooit helemaal aan zal wennen, emotioneel gezien. Door die mensen voel ik me begrepen en ook voel ik me door hen eerder uitgenodigd te praten over mijn gevoelens dan door mensen die hier geen bal van snappen!

© 1998 Kim van Iersel