Mijn levensverhaal

Levensverhaal van Kim

Kim

Ik zal hieronder in eigen woorden proberen uit te leggen hoe ik een en ander ervaren heb, maar ook nog wat feitjes weergeven.

Zoals inmiddels wel bekend ben ik ten gevolge van een verkeersongeval blind geworden. Maar wat houdt dat ten gevolge eigenlijk in?
Wat er precies is gebeurd en wat de oorzaak was is niet bekend en zal waarschijnlijk nooit aan het licht komen. Soms vragen mensen me of ik dat niet moeilijk vind. Nou, nee. Ik vind het niet belangrijk wat er fout is gegaan, waardoor we tegen die boom zijn gereden. Het is nou eenmaal gebeurd. Ik moet met de gevolgen verder, niet met de oorzaak.

Ik ben vermoedelijk flink door de auto geslingerd. Het resultaat was dat mijn voorhoofd, rechteroogkas en -jukbeen zijn verbrijzeld, mijn kaak gebroken, mijn rechterlong geklapt en mijn bekken gescheurd. Verder is mijn linkerelleboog ook verbrijzeld.
Een hele reeks verwondingen die zo ernstig waren dat voor mijn leven werd gevreesd. Maar goed, ik heb het overleefd.
Door de botsplintertjes is mijn oogzenuw doorgesneden. Deze zenuw vormt de verbinding tussen de ogen zelf en een deel achterin de hersenen. Als die verbinding uitvalt gaat letterlijk het lichtje uit.

Wat ik van dit alles heb gemerkt toen ik net bijkwam was vrij weinig. Pijn in mijn gezicht heb ik nooit gehad. Wel zaten mijn kaken aan elkaar vast door middel van een soort ijzerdraden. Dat was knap lastig. Toen die er eenmaal uit mochten moest ik oefenen met het steeds verder kunnen openen van mijn mond.
Voor mijn elleboog kreeg ik therapie. Er werd geprobeerd de bewegingsvrijheid er terug in te brengen. Misschien druk ik het niet goed uit, maar gepoogd werd om mijn elleboog steeds verder te laten strekken en buigen. Echt goed is dit niet gelukt. Ik kan misschien 30% van de gebruikelijke 180 graden gebruiken.
Natuurlijk is dat erg vervelend en een beperking. De mate waarin ik dat ook zo ervaar hangt samen met het gegeven dat ik blind ben geworden. Blind worden is zo iets ingrijpends en allesoverheersends dat die elleboog een beetje in het niet viel.

Ruiken

Door de verbrijzeling in mijn gezicht is mijn reukorgaan ook beschadigd. En dat op dusdanige wijze dat ik niet meer ruiken kan. In combinatie met mijn blindheid is dat een dubbele handicap. Toch geldt hiervoor hetzelfde als hierboven geschreven over mijn elleboog. Desondanks mis ik geuren. Geuren hebben grote invloed op de beleving van voedsel, je kunt al zin krijgen in eten door de geur ervan. Daarbij komt dat smaak afneemt als je niet kunt ruiken. Dat wat je proeft hangt gedeeltelijk samen met dat wat je ruikt. Denk maar aan de keren dat je erg verkouden bent, een verstopte neus hebt. Thee bijvoorbeeld heeft voor mij weinig smaak, terwijl ik daar vroeger erg van genieten kon. Behalve zoethoutthee, die proef ik nog wel vrij goed! Daarnaast spelen geuren een rol bij herinneringen, het herbeleven en herkennen, heeft (onbewust) invloed op de aantrekkelijkheid van mensen etc.
Stinkt, wat een walm

Operaties

Van die klaplong en gescheurde bekken heb ik niks geweten. Gelukkig maar want vooral die long moet een pijnlijke aangelegenheid zijn.
Nadat ik uit het ziekenhuis was ontslagen ben ik nog 3 keer opgenomen geweest. Deze operaties waren noodzakelijk in verband met het herstel en correctie van mijn voorhoofd. Eerst werden de plaatjes en schroefjes verwijderd en erg veel botsplintertjes. Tijdens die operatie werd er kunstbot geplaatst. Dit kunstbot had echter nadelige effecten waardoor het er uit moest tijdens een tweede operatie en daar voor in de plaats werd bot van mijn heup gebruikt. Zeer zeer pijnlijk.
Als laatste heb ik me in Rotterdam laten opereren. Dit was een cosmetische operatie om de boel wat op te lappen. Voor zover mogelijk dan. In Tilburg beloofden ze me gouden bergen maar de praktijk wees anders uit.

Gebit

Jaren na het ongeluk kreeg ik last van mijn gebit. Diverse tanden en kiezen moesten behandeld worden aan de kanaaltjes. Die zenuwbehandelingen volgden elkaar op tot uiteindelijk bijna de helft van mijn gebit gedaan was. Volgens de tandarts was het een indirect gevolg van de klap op mijn gezicht. Ja ja, krijg je dat jaren later ook nog eens voor je kiezen!

Dit was wel zo ongeveer het medische verhaal. Ben er in vogelvlucht doorheen gegaan want zo interessant vind ik het niet. Een hoop ellende en een dikke punt erachter.

Braille

Goed, we schrijven augustus 1991, een maand of 3 na het ongeluk. Ik had inmiddels de revalidatieafdeling van het ziekenhuis bezocht voor ergotherapie en ook een fysiotherapeut om wat aan te sterken, conditioneel gezien. Het was tijd voor het Regionaal centrum Theofaan in Breda. Daar zou ik leren lopen met een stok, braille leren en leren typen…. op een typemachine.
De eerste lessen braille vielen wel tegen. Ik zag er nauwelijks nog heil in. Maar ik wist dat ik het bijltje er niet bij neer kon gooien. Het zou immers belangrijk worden, later in mijn leven. Niet dat ik gericht was op de toekomst, eigenlijk alleen op overleven. Toch was ik zo reëel te beseffen dat ik door moest zetten. Toen ik dat eenmaal deed ging het gelijk een stuk beter. Een keer in de week had ik les en thuis oefende ik in de week daarna dan met de nieuwe lesstof. Uiteindelijk waren 7 lessen voldoende om het alfabet onder de knie te krijgen. Dit gaf zoveel voldoening. Ik kon weer lezen! Ja, zulke basale dingen, alles moet je weer leren, opbouwen. Het begin was gemaakt waarin ik kon gaan optellen in plaats van wegstrepen.
taststok en zwarte bril

Stoklopen

Er werd in die tijd ook een begin gemaakt met het leren lopen met een stok. Ik schijn in het ziekenhuis gezegd te hebben dat ik dat niet zou doen, stoklopen. Nou, dus wel. Leuk vond ik het niet, ik liep nooit echt ontspannen. Durfde sowieso voor geen goud alleen de straat op. Daar was ik nog lang niet aan toe. Daarbij kwam dat ik er emotioneel gezien erg veel moeite mee had mezelf zo te tonen aan de buitenwereld. Ik was dan zo overduidelijk blind, zou de aandacht trekken op een manier die ik niet verkoos. Ik had er zo’n weerstand tegen. Begrijpelijk wel want ik stond nog erg onwennig tegenover mijn handicap, eigenlijk tegenover het hele leven, op dat moment.

Revalideren

Oktober 1991. Met veel angst en zenuwen op weg naar Apeldoorn, revalidatiecentrum het Loo erf. Wat zag ik er tegenop. Maar ja, wat moet moet…
Mijn angst bleek onterecht. Ik werd goed opgevangen en had al snel contact met mederevalidanten. Er ging een wereld voor me open. Wat een herkenning, wat was dat prettig!
Ik ging daar verder met braille, leerde er ook nog steno in braille, werken met de computer, sporten, stoklopen, boetseren, handwerken, koken etc.
Het was ok, het was nodig maar ook moeilijk. Ik was nog helemaal niet gewend aan mezelf als blind meisje. Mijn wereld was 180 graden gedraaid en ik moest als het ware een nieuwe identiteit opbouwen. Dat is een proces waar veel tijd in gaat zitten, in mijn geval was dat niet iets van een paar maanden. Lichamelijk was ik wel hersteld maar de klap was psychisch gezien zo groot dat het een hele poos duurde eer ik goed en wel besefte wat er gebeurd was. En belangrijker; de impact ervan op de rest van mijn leven.

Het normale leven komt terug

In mei 1992 zwaaide ik af, ik was klaar met revalideren. Maar wat nu? In eerste instantie wilde ik Frans gaan studeren. Beetje te voorbarige keus en ook veel te snel dus dit plan werd opzij geschoven. Eerst maar eens even niks. In die tijd kwamen er geregeld vrienden over de vloer. Ook ging ik veel op de tandem weg, heb ontzettend veel kilometers gemaakt met dat ding. Beetje bij beetje kwamen de gewone dingen weer terug in mijn leven. Een bezoekje aan een café met een vriendin, winkelen in de stad, uit eten gaan. Als ik erop terugkijk is het alsof je als klein kind leert lopen. Stapje voor stapje, met vallen en opstaan, steeds een stukje verder en langer. En toch, het is als in een roes. Het is alsof alles op de automatische piloot gaat. Tenminste, zo voelt het nu als ik terugdenk aan die tijd.
Tandem

Geleidehond

In de zomer van ’93 kreeg ik mijn eerste blindegeleidehond. Deze had ik aangevraagd omdat ik besloten had in Den Bosch te gaan studeren. Deze 2 beslissingen zijn enorm belangrijk geweest. De beslissing een hond te nemen was zo gemaakt, ik bedoel dus de vrijheid en mogelijkheden die ik erdoor kreeg.
Het was een reuzestap, een stap in het duister, maar heel heel goed geweest.
Breeze

In juni dus ging ik naar Amstelveen, wat spannend toch! Ik kwam in een groep terecht waarvan ik 2 personen al kende van het revalidatiecentrum. Nou, niet dat ik ze goed kende, maar ik wist wie ze waren. We zaten met zijn vijven, die 2 bekenden van mij en ik kwamen voor hun eerste hond, de 2 andere mannen waren er voor een vervangende hond. Ik had het enorm getroffen omdat het erg gezellige mensen waren met wie ik ontzettend veel heb gelachen. Ook de instructeurs waren erg leuk, de sfeer was goed.
Het leren lopen met Breeze viel niet altijd mee. Ik kwam erachter hoe perfectionistisch ik ben… Het ging meestal goed maar ze had soms haar buien, was me aan het uitproberen. Daar moest ik dan mee om leren gaan, er een antwoord op kunnen geven. Voornamelijk was ik erg trots op mijn hondje en op mezelf. Daar in Amsterdam deden we het toch maar even, over de markt, het centrum, het station enz. Het ging erg goed. In de weekeinden was ik thuis, doodop van alle indrukken, spanning en het vele lopen.

Na die 3 weken zetten we het oefenen thuis voort. Dat hield in dat we in mijn omgeving wat routes liepen. Vooral gingen we vaak de weg lopen naar het station, dan met de trein naar Den Bosch en daar de route naar school oefenen. Dat was een flinke klus, erg intensief en tijdrovend. Maar het is gelukt! Eind augustus van dat jaar ging ik voor het eerst met mijn geleidehondje alleen naar school!

Naar school

Het valt niet te beschrijven hoe ik tegen die dag op heb gezien. Verschrikkelijk vond ik het. Maar ik ging, ik deed het, en het ging goed. Ik kan misschien wel boeken vol schrijven over de 5 jaar dat ik studeerde aan de HSAO (sociale academie). Ik zal me proberen te beperken tot de hoofdlijnen.
Ik had het geluk, aan de andere kant ook niet, dat er vrij veel mensen uit Tilburg bij mij in de klas zaten. In totaal een man of zeven. Ik kon dus samen met hen reizen en naar school lopen. Het nadeel was dat ik daardoor wat afhankelijk werd, of bleef. Ik hoefde tenslotte niet alleen de trein in, de weg naar school liepen we samen. Op het moment dat er niemand op het perron stond schoot ik in de stress, werd overmand door gevoelens van angst en onzekerheid. Ik durfde niet. Het heeft best lang (nou ja, wat is lang, is niet alles relatief?) geduurd voordat ik echt zelfstandig durfde te reizen. Toen dat eenmaal gebeurde was dat een heel grote overwinning! Ik was heel heel erg trots op mezelf en het gaf me een enorm gevoel van vrijheid.

Vanaf dat moment, soms lijkt alles samen te vallen, durfde ik ook alleen op school rond te lopen. Praktisch gezien kon ik dat al lang, maar emotioneel gezien leverde het problemen op. Ik moest een drempel over die lange tijd te hoog voor me was geweest.

Strijd

Wat me uit die tijd verder erg is bijgebleven is mijn strijd, mijn gevecht met een balans zoeken tussen zelfstandigheid en afhankelijkheid. Ik wilde vooral in het begin niet afwijken van de rest, hen niet belasten met hulpvragen, niet opvallen. Gewoon, net als iedereen. Maar de feiten dwongen me er geregeld toe hulp te vragen. Ik wist niet goed wat ik nu wel en wat niet over mezelf en mijn blindheid moest vertellen. Was ook bang dat ze vonden dat ik er teveel over praatte, of een zeur was. Het gevolg was dan soms dat ik door de drukte in dat grote gebouw mijn medestudenten kwijt raakte en ik dus letterlijk verdwaalde. Misschien had ik het niet zo getroffen met die groep, misschien zorgde mijn geworstel wel voor dit probleem. Ik voelde me niet echt op mijn gemak. Zat nog zo vol met twijfels, met mijn verdriet, met vragen, met het zoeken naar mijn plaats in het leven, op school, in de klas.
Ik vind het moeilijk goed uit te leggen. Het was ook niet een en al kommer en kwel. Maar toch, al met al heb ik het als een flink gevecht ervaren, het leren vinden van een evenwicht. Later tijdens mijn opleiding kwam ik in een andere groep terecht. Vanaf de eerste dag ging dat stukken beter. Misschien lag dat ook wel aan mijn eigen opstelling. Ik gaf duidelijker aan wat ik zelf kon en waarbij ik hulp nodig had. Maar eigenlijk was dat niet eens echt nodig. Het ging als vanzelf dat mensen op elkaar, en op mij, wachtten bij het verlaten van een lokaal om vervolgens gezamenlijk naar de kantine of een ander lokaal te lopen. Hoe het ook zij, ik heb dat als veel prettiger ervaren, voelde me meer op mijn gemak en had erg leuke contacten met de groepsgenoten.

Wel had ik de pech dat de locatie van de school wijzigde, we verhuisden naar een veel groter gebouw in een ander deel van de stad. Daarnaast kwam er nog een grote verbouwing aan het station. Veel lastige dingen dus maar ik had een kei van een hond die nieuwe routes in no time onder de knie had. Ik was soms stomverbaasd over de snelheid en het gemak waarmee ze met nieuwe situaties om wist te gaan!
Kim en Breeze

Ja, die Breeze heeft me er al die jaren doorheen gesleept. Zo’n hondje maakt vaak dat mensen makkelijker met je in contact komen. Maar niet altijd.. Op school werd veel op haar gereageerd. Niet door klasgenoten maar door onbekenden. Dat was best irritant want ik kreeg het gevoel bij mijn hond te horen, in plaats van andersom! Daarnaast mag het eigenlijk niet want een geleidehond afleiden terwijl ie aan het werk is, is niet slim. Niet dat ik daar iets van zei, zo assertief was ik in die dagen nog niet!

Liefde

In 1995 ging ik met een vriendin naar een concert. Deden we wel vaker. Ik ontmoette daar iemand met wie het heel goed klikte. Zo goed dat ik weinig mee heb gekregen van het concert zelf! Met deze man, Berry, ging ik een week later uit eten. Hij koos voor het restaurant dat bij de Efteling hoort. Daar bestelden we een verrassingsmenu. Ja, zo meende hij, alles is toch een verrassing in je leven?
Berry

Het smaakte prima en we hadden de avond van ons leven. Met hem ging ik sindsdien geregeld op pad. Samen naar het strand of de bossen, winkelen, een cafeetje, op visite, noem maar op. Vier jaar later zijn we getrouwd en we gaan nog altijd vaak samen naar concerten!
Er werd me geregeld gevraagd of mijn partner ook blind is. Het lijkt wel alsof men er haast automatisch van uit gaat. Zo werd soms ook gevraagd of ik na mijn opleiding met blinden en slechtzienden zou gaan werken. Ik vroeg me dan af waarom. Zeker, vanuit mijn ervaring zou ik anderen best kunnen helpen. Tegelijkertijd vormt die eigen ervaring ook een nadeel. tenminste, het risico bestaat dat je jezelf als uitgangspunt neemt, als maatstaf. Terwijl iedereen anders is en op zijn eigen wijze omgaat met zijn problemen, zijn leven, zijn ervaringen. Mijn eigen kijk op de dingen en mijn ervaringen zouden dan juist hinderlijk kunnen zijn omdat het een sturend effect kan hebben. Hoe dan ook, serieus heb ik het nooit overwogen. Ik vind het soms ook benauwend om me tussen andere visueel gehandicapten te begeven. Zo heb ik dat op het revalidatiecentrum af en toe wel ervaren. Het is en blijft een kleine wereld. Ik heb wel enkele vrienden die zelf ook blind zijn. Maar die handicap speelt geen rol in het contact. Hoogstens dat het soms prettig is ervaringen te delen.

Kim1 augustus 2004

Hieronder plaats ik een gedichtje dat erg op mij van toepassing is. Helaas weet ik niet wie het geschreven heeft.

Gezichtsverlies

Ik ben in mezelf gekeerd
Ik zie alleen mezelf
Omdat ik mijn ogen altijd dicht heb word ik niet steeds herinnerd aan het heden
Dat wat ik zie is een herinnering aan het verleden
Als ik mij een beeld vorm van het heden
Zie ik het verleden
Ik herken alleen wat ik al ken
Maar mijn herinneringen vervagen
Het heden keert zich tegen het verleden
Heden en verleden lopen steeds verder van elkaar weg

Lees ook mijn bio