Vincent Bijlo

Vincent Bijlo gezien!

Het moet zo halverwege de jaren 90 zijn geweest dat ik voor het eerst een voorstelling van Vincent Bijlo bezocht. Vooraf had ik lovende kritieken gehoord en ik was erg benieuwd. Het viel beslist niet tegen; wat heb ik genoten!

Bijlo bezit de gave voorvallen en gebeurtenissen uit te vergroten zonder ze ongeloofwaardig te maken. Juist door die knipoog, spot en zelfspot wordt het herkenbaar en vaak erg komisch. Ik denk dat menig bezoeker zich stiekem wel herkent in wat hij zegt! Is het niet vanuit de kant van de zienden dan wel van de kant van de blinden.
Voor mij is het een feest van herkenning en dat voelt erg goed.

Later heb ik van Bijlo Achttienhoog en Het instituut gelezen. Beide boeken heb ik met plezier gelezen en ik kan ze u aanraden. Een ervan heeft hij zelf ingesproken en dat maakt het extra leuk.

Zien en kijken

Na die eerste voorstelling heb ik er nog meer van Vincent gezien. Eh gezien? Ja, dat brengt mij op het volgende…
Man schrikt
Soms ontmoet ik mensen die schrikken als ze zich realiseren dat ze de woorden zien of kijken gebruikten tijdens hun gesprek met mij. In gedachten zie ik ze van kleur verschieten…. "Heb jij gisteren … op tv gezien? Ehh, gehoord?"
"Tot ziens hè!" …. "Uhm, nou ja, daaaag."

Kijken en zien zijn geen verboden woorden voor mensen die niet met hun ogen kunnen kijken of zien. Het hoort bij het taalgebruik, het is gewoon spreektaal.
Nee, u doet mij geen pijn als u deze woorden gebruikt. Hoe zou dat kunnen? Denkt u dat ik erdoor word geconfronteerd? Zou ik pas dan beseffen dat ik niet zie? Nee toch, het is toch mijn dagelijkse realiteit?

Nee, u doet me pas pijn als u in het contact telkens mijn handicap centraal stelt. Als het u niet lukt mij als persoon te zien en te benaderen, gewoonweg omdat u alleen die handicap schijnt te zien. Terwijl ik, mag ik aannemen, toch meer ben dan mijn ogen die u niet aan kunnen kijken?
Ik kijk wel maar niet met mijn ogen. En misschien zie ik zonder die ogen wel veel meer.

Maar ik dwaal af. Vincent Bijlo heeft eens een column geschreven die ik goed bij bovenstaande vind passen.

Column

Hoe zou het toch eigenlijk komen dat mensen mij altijd aanspreken op wat ik niet kan?…
Ik kan veel, dat lijkt me duidelijk: schrijven, zingen, praten, lachen, sporten, bier drinken, eten, vrijen; kortom, bijna alles. Ik schreeuw het ook bijkans van de daken: dat ik me uitstekend vermaak en leuk werk heb.

Vrolijke hartjes

En toch blijven ze vragen stellen, de mensen die aan me kunnen zien dat ik gelukkig ben.
Gisteren zaten we op een bankje in het bos. ‘O’, zuchtte een man naast me, ‘wat is het toch jammer dat jij die prachtige boom niet kunt zien’.
Als er nou toch iets is wat ik nooit heb gemist, is het wel het zien van een boom. Hij had ook kunnen zeggen: ‘Jij boft toch maar dat je die boom niet hoeft te zien doodgaan’ of ‘Wat heb jij een mazzel dat je mij niet hoeft te zien’.

Ik denk dat dit soort opmerkingen voortkomt uit onvrede. Degene die zo’n vraag stelt, is blij iemand te zien met een handicap. De vragensteller vindt zijn/haar eigen leven niet zo leuk, maar dat van die gehandicapte is nog veel erger. Zodoende verheft de vragensteller zichzelf.

Het kan ook anders.

Ik las laatst een mooi verhaal over een man in Noorwegen die een programmeerbedrijf was begonnen. Het was hem weleens opgevallen dat autisten zo ontzettend geconcentreerd kunnen werken. Dus dacht hij: weet je wat? Ik neem alleen autisten in dienst. Het werkte geweldig. Om vijf uur, als de werkdag voorbij was, kreeg hij ze niet naar huis.

Het kan anders, en het moet anders.

Vorig jaar was ik op de Paralympics in Athene. Dat zijn de Olympische Spelen voor iedereen die iets mist. Een been, een arm, het maakt niet uit, als je maar iets niet hebt. Het viel me op dat die sporters eigenlijk veel meer ’spirit’ hadden dan valide sporters. Eindelijk werden ze eens aangesproken op wat ze wel konden, in plaats van altijd maar weer dat negatieve gezeur van de valide medemens. Er werd voor de TV een jongen geïnterviewd die zilver had gewonnen bij het hardlopen.

"Zo", riep de verslaggever, "je hebt niet hard genoeg gelopen hè? Je baalt zeker als een stekker?"
"Nee hoor", zei hij, "ik heb zo hard gelopen als ik kon, maar er was gewoon iemand die harder liep."

Dat is de goede geest. Als we dat nou eens allemaal zouden doen, daar zou het land een stuk van opknappen.

Vogel vliegt

Zo, nu ga ik weer naar het bos. Even voelen of die boom er nog staat, en misschien horen we straks in de schemering wel nachtegalen…
Ik hoop maar dat die man er niet zit, met zijn vragen want dat zou jammer zijn… Hij praat altijd door de mooiste vogels heen. Hij hoort ze niet.

Auteur: Vincent Bijlo
Site Vincent