Nooit te blind om te leren

Een snel groeiende groep ouderen raakt visueel gehandicapt. Soms zien deze mensen nog iets, soms niets. Een isolement dreigt. Onnodig, want vaak kunnen ze veel meer dan ze denken. De organisatie Sensis helpt: met advies of een brailleleesregel voor de personal computer.

Van de 650.000 visueel gehandicapten zijn er 20.000 blind en hebben er 150.000 een ernstig beperkt gezichtsvermogen. Ongeveer tweederde is ouder dan vijftig jaar. Juist bij die groep wordt de nood steeds hoger. De oorzaken: de vergrijzing en de wens òf bittere noodzaak om zelfstandig te blijven wonen. En dat valt niet mee als het koffiefilter onvindbaar is, de koffie naast het kopje plenst en er zout in plaats van suiker ingaat. Kopje koffie

“Het is erg pijnlijk dat je mensen niet herkent. Er zijn er die denken: Nou, die meneer is ook verwaand. Hij is nog te beroerd dat hij goeiedag zegt. Temeer omdat er verder niets aan je te zien is.”

Ouderdomsslijtage gaat weliswaar heel geleidelijk, maar toch komt het moment dat de krant niet meer leesbaar is. En gezichten onherkenbaar zijn. “Alledaagse dingen die vroeger vanzelfsprekend waren, zijn dat niet meer”, zegt Anette Schaeffer, regiomanager van
Sensis, een organisatie die zorg, onderwijs en diensten biedt aan slechtziende en blinde mensen in Zuid-Nederland.
Kinderen en volwassenen kunnen er terecht voor onderzoek, onderwijs, advies, revalidatie, behandeling, begeleiding, informatie en voorlichting.
Het doel van Sensis is om blinden en slechtzienden te helpen zo goed mogelijk te functioneren in het maatschappelijk leven. Sensis, waar ruim 800 mensen werken, heeft regionale centra voor ambulante dienstverlening in Breda, Eindhoven, Nijmegen, Rotterdam en Sittard. Er zijn onderwijsinstellingen in Grave, Breda en Rotterdam en woon- en dagcentra in Breda en Grave.

“Koffiezetten, rekeningen betalen, telefoneren, de straat oversteken: het kan niet meer”, typeert Annette Schaeffer het moment dat ouderen bij haar organisatie binnenkomen. Vaak zijn ze ten einde raad.
Ze vindt dat slechtzienden te vaak aan hun lot worden overgelaten. Schaeffer: “Veel huisartsen zijn niet op de hoogte van de vele mogelijkheden en hulpmiddelen die er zijn. Ze weten niet welke hulp Sensis kan bieden en sturen patiënten niet door. Zo’n huisarts denkt: Ach, meneer of mevrouw is te oud om nog wat te leren. Veel ouderen denken overigens hetzelfde: het zal wel bij de leeftijd horen. Ze leggen zich erbij neer.”
Tv
“Er valt ontzettend veel weg. Televisiekijken kun je praktisch vergeten, autorijden ook. En toch wil je zo graag dat stuur weer eens in je handen houden. Daarom hebben wij afgesproken dat ik de auto uit de garage rijd. Een stukje achteruit, dan kan ik precies door het zijruitje de gevel van mijn huis langs zien schuiven. Daar richt ik me dan op.”

Slechtziend of blind worden gaat meestal geleidelijk, bijvoorbeeld door suikerziekte of glaucoom (te hoge oogdruk). Je kunt er ook mee worden geboren of het in één klap krijgen: door een ongeluk of doordat het netvlies loslaat. De een ziet als door matglas, bij de ander verdwijnen delen van het gezichtsveld of vloeien de beelden in elkaar over. Sommigen zien alleen nog grijstinten, bij anderen is het blikveld verkokerd. Er zijn stippen, dikke mist, rode strepen. Flarden en lichtflitsen.
En dan? Slechtziende ouderen die de weg naar Sensis weten te vinden, beginnen met een low vision-onderzoek. Corrie van der Sar, medewerkster informatie en voorlichting in de regio Nijmegen: “Door de gezichtsscherpte te meten en te bepalen hoeveel contrast men nog waarneemt, brengen we in kaart wat de patiënt precies ziet. Op basis daarvan wordt advies gegeven over een passend hulpmiddel.”

“En als ze nu maar tegen me gezegd hadden: ‘Niet alle deuren zijn dicht, u kunt nog een hoop doen in uw leven’. Maar vanuit het ziekenhuis kwam geen hulp.”
Eenmaal bij Sensis gaat er voor de slechtziende een wereld open. In de loepenruimte staat een enorm assortiment bolle, platte en langwerpige vergrotingsmiddelen. Een elektronische loep met de omvang van een kleine televisie, een monitorloep die tot 30 keer vergroot.
Er is een rijke variatie aan stokken. Met de taststok, waarvoor speciale training is vereist, worden obstakels omzeild. Met de herkenningsstok laten dragers zien dat ze visueel gehandicapt zijn.
Sensis heeft aangepaste telefoons met grote toetsen, handschriftgeleiders, uurwerken met aangepaste wijzerplaat, een globe met reliëf, sprekende klokken, speciale typemachines, mens-erger-je-niet in reuzenformaat en mega UV-brillen in allerlei tinten. Die gaan schittering of fel licht tegen, waar veel slechtzienden last van hebben. Veel vraag is er naar de speciale schaak- en damspellen. Mensje met zwarte bril en taststok
‘Toen ik de eerste keer met de witte stok op straat kwam, geneerde ik me dood. Je wilt het niet weten, je stopt het weg.’
Corrie van der Sar (47) is bijna blind. Ze zegt: “Een hulpmiddel moet passen. Sommige hulpmiddelen zijn uitstekend geschikt om een nota te bekijken, maar je kunt er niet de krant mee lezen. Het leren omgaan met je handicap kost een hoop pijn en verdriet. En met hulpmiddelen laat je aan anderen zien dat je gehandicapt bent. Dat is een grote drempel.”

Haar man, met wie ze met hun drie kinderen in een eengezinswoning in Arnhem woont, is ook heel slechtziend. “Ik heb nog een procent gezichtsvermogen. Al op jonge leeftijd kreeg ik een progressieve oogaandoening. Dat kwam hard aan. Ik heb nog in de verpleging gewerkt, maar op een gegeven moment ging dat niet meer. Ik heb het moeilijk gehad, maar ben niet bij de pakken neer gaan zitten. Uiteindelijk raakte ik betrokken bij opvang van blinden en slechtzienden. Slechtzienden kunnen veel leren, alleen op een andere manier. Het is soms even wennen en schrikken. Acceptatie is noodzakelijk. Ondanks je handicap kun je met hulpmiddelen heel veel. Je moet vooral de dingen blijven doen die je een gevoel van eigenwaarde geven.”

“Vanaf mijn tiende zong ik in het koor. Later dirigeerde ik. Ik heb een hele kerk laten meezingen. Nu kan ik geen noot meer lezen. Het is voorbij. Maar als je alleen maar terugkijkt en denkt: dat kan ik nu niet meer, dan raak je in de put. Dat is verkeerd, dat voel ik. Maar er was zo’n rijkdom in mijn leven.”

In het Europees Jaar van Mensen met een Handicap zitten meer oudere slechtzienden in de knel dan ooit. Ze vereenzamen. Thuis, of in verpleeghuizen. Een regelrechte schande, aldus Sensis-manager Schaeffer. “Ze komen vaak bij ons terecht via wijkverpleegsters of huishoudelijke hulpverleners. Die zien dat het fout gaat. Het is een beetje viezig in huis, vlekken op de kleding worden niet gezien. Ze verzorgen zich niet meer. Vragen geen mensen meer op de koffie omdat ze die niet kunnen inschenken. Kleine dingetjes vaak.
In verpleeghuizen kom je nog steeds schrijnende gevallen tegen. Uit onderzoek is gebleken dat bij 40 tot 60 procent van de visueel gehandicapten de omgeving niet van die beperking op de hoogte is. Ongelooflijk, maar waar. Die mensen weten niet wat ze nog zouden kunnen met een hulpmiddel. En bij de nieuwbouw van bejaardentehuizen wordt nog steeds nauwelijks rekening gehouden met visueel gehandicapten. Bij ons kunnen ze voorlichting krijgen, bijvoorbeeld over goede verlichting, looplijnen of contrasterende kleuren. Het gebeurt niet.”

“Kijk, je kunt twee dingen doen. Je kunt achter de geraniums gaan zitten en niets doen. En je kunt de straat op gaan en je hoofd stoten. Nou, dan stoot ik liever mijn hoofd.”

Door Jaap Schouten
(Citaten uit de voorlichtingsfilm ‘Oog voor Ouderen’ van Sensis)