Vrijheidswens

Verlangen naar vrijheid, een innerlijke tegenstrijdigheid

Vrijheid is het enige dat ik wens
In deze situatie bevindt zich ieder menselijk wezen. Het is moeilijk iemand te vinden wiens hart niet als een vogel in de lucht wenst op te vliegen, die niet de verafgelegen sterren zou willen bereiken maar die ook niet zijn diepe verbondenheid met de aarde kent. Hij is diep geworteld in de aarde. Zijn gespletenheid is dat hij gehecht is aan zijn gevangenschap en dat zijn innigste verlangen uitgaat naar vrijheid. Hij is verdeeld in zichzelf.

Zielepijn

Dit is de smartelijkste innerlijke pijn, zijn zielepijn. Je kunt de wereld die jou geketend houdt, niet achter je laten. Je kunt niet weggaan bij degenen die een blok aan je been zijn geworden, omdat ze ook alles zijn waar je aan gehecht bent, je bronnen van vreugde. Ze vervullen je ook op een bepaalde manier met trots. Je kunt hen niet verlaten en je kunt evenmin vergeten dat je niet aan deze wereld toebehoort, dat je ergens anders thuishoort want in je dromen vlieg je altijd. Vlieg je naar verafgelegen plaatsen.

Schaamte

Vrijheid is het enige dat ik wens maar schaamte weerhoudt me om erop te hopen.

Waarom zou iemand schaamte moeten voelen als hij hoopt vrij te worden? Niemand weerhoudt je immers. Je kunt op dit moment al vrij zijn. Maar ja, die gehechtheden… ze hebben zich diep in je vastgezet, ze zijn bijna de kern van je bestaan geworden.
Ze mogen dan wel voor ellende zorgen maar ze bezorgen je ook momenten van vreugde. Ze smeden wel ketenen voor je voeten maar ze bezorgen je ook momenten dat je danst. Het is een vreemde toestand die elk intelligent mens onder ogen moet zien. Hij is geworteld in de aarde en verlangt naar vleugels om zich in de lucht te verheffen. Hij kan niet ongestraft losraken van zijn wortels want de aardbodem is zijn voedingsbron, zijn voedsel. En hij kan ook niet ophouden met dromen over vleugels want dat is zijn geest, zijn eigen ziel, dat is wat hem tot een menselijk wezen maakt.

Geen enkel dier voelt die zielensmart, alle dieren zijn volkomen tevreden zoals ze zijn. De mens is het enige dier dat uit zijn aard ontevreden is. Daar komt ook het gevoel van schaamte vandaan want hij weet: “Ik kan vrij zijn.”

Verhaal

Ik heb altijd een zwak gehad voor een oud verhaal. Een man, een buitengewoon iemand, een strijder voor vrijheid, reisde door de bergen. Hij overnachtte in een karavanserai. Hij keek ervan op in de karavanserai een prachtige papegaai in een gouden kooi aan te treffen, die zonder ophouden ‘Vrijheid! Vrijheid!’ riep. En de karavanserai was zo gelegen dat het woord ‘Vrijheid’ elke keer dat de papegaai het herhaalde, door de bergen en dalen galmde. De man dacht: ik heb heel wat papegaaien gezien en altijd gedacht dat ze wel uit hun kooi bevrijd willen worden…
maar ik ben nooit een papegaai tegengekomen die de hele dag, van de morgen tot de avond als hij slapen gaat, bezig is om vrijheid te vragen.
Papegaai

De man kreeg een idee. Hij stond in het holst van de nacht op en opende de kooi; de eigenaar van de papegaai sliep vast. De man zei op fluistertoon tegen de vogel: “Maak dat je wegkomt.” Maar hij zag tot zijn verbazing dat de papegaai zich aan de spijlen van de kooi vastklemde. Hij zei keer op keer: “Hoe zit dat nou met die vrijheid? Maak nu dat je wegkomt! De deur is open en je baas ligt in een diepe slaap. Niemand hoeft dit ooit te weten. Vlieg jij nu maar gerust het luchtruim in, de hele hemel behoort je toe.”

Maar de papegaai klampte zich zo allemachtig aan de spijlen vast dat de man zei: “Wat zullen we nu hebben? Ben je gek?” Hij probeerde de papegaai er met zijn handen uit te trekken maar de papegaai begon hem te slaan en ook ‘Vrijheid! Vrijheid!’ te schreeuwen. In de stilte van de nacht gaven de dalen echo op echo… maar de man was nogal koppig. Hij was immers een strijder voor vrijheid.

Hij sleurde de papegaai naar buiten en gooide hem de lucht in; hij voelde zich voldaan alhoewel hij aan een hand gewond was geraakt. De papegaai was vreselijk tegen hem te keer gegaan maar de man smaakte de innige voldoening dat hij een ziel had bevrijd. Hij legde zich te rusten.

Toen hij ’s morgens wakker werd, hoorde hij de papegaai weer Vrijheid! Vrijheid! schreeuwen. Hij dacht dat de papegaai waarschijnlijk ergens op een tak zou zitten of op een rotspunt. Maar toen hij naar buiten ging, zag hij de papegaai in de kooi zitten. Het deurtje was open.

Ik heb altijd een zwak voor dit verhaal gehad omdat het zo waar is. Je zou inderdaad vrij willen zijn maar de kooi biedt bepaalde veiligheden, geborgenheden. In de kooi hoeft de papegaai zich niet druk te maken om voedsel, hoeft hij zich niet druk te maken om vijanden, hoeft hij zich om niets in deze wereld druk te maken. De kooi is behaaglijk, hij is van goud. Geen andere papegaai heeft zo’n kostbare kooi. Je macht, je rijkdom en je aanzien zijn allemaal kooien voor je.

Je ziel verlangt vrij te zijn maar vrijheid is gevaarlijk. Vrijheid kent geen bescherming. Vrijheid kent geen zekerheid, geen geborgenheid. Vrijheid is wandelen op het scherp van de snede:
elk moment in gevaar zijn, je erdoorheen moeten slaan. Elk moment is een uitdaging van het onbekende. Soms is het te heet, soms is het te koud en er is niemand om voor je te zorgen. Zit de vogel in de kooi, dan is de bezitter verantwoordelijk. Hij bedekt de kooi met een laken telkens wanneer het te koud wordt, hij plaatst een elektrische ventilator telkens wanneer het te heet wordt.

Vrijheid veronderstelt een ontzaglijke verantwoordelijkheid; je bent in je eentje en alleen…

Tekst is afkomstig uit de video lezing Freedom is all I want

Lees ook over vrijheid en liefde