Een vrouw beminnen – Ed Hoornik

Een vrouw beminnen

Een vrouw beminnen is de dood ontkomen,
weggerukt worden uit dit aards bestaan,
als bliksems in elkanders zielen slaan, Bliksem
te zamen liggen, luisteren en dromen,
meewiegen met de nachtelijke bomen,
elkander kussen en elkander slaan,
elkaar een oogwenk naar het leven staan,
ondergaan en verwonderd bovenkomen.

“Slaap je al?” vraag ik, maar zij antwoordt niet;
woordeloos liggen we aan elkaar te denken:
twee zielen tot de rand toe vol verdriet.
Ver weg de wereld, die ons niet kan krenken,
vlak bij de sterren, die betoovrend wenken.
‘t Is of ik dood ben en haar achterliet.

Auteur: Ed. Hoornik

info over Ed. Hoornik

Eduard (Ed) Jozef Antonie Marie Hoornik (Den Haag, 9 maart 1910 – Amsterdam, 1 maart 1970) was een Nederlandse dichter, behorend tot de Amsterdamse school. Aanvankelijk was zijn werk sociaal-kritisch. Zijn latere werk is sterk getekend door zijn ervaring als overlevende van concentratiekamp Dachau en heeft daarom vooral de confrontatie met de dood als thema. Naast gedichten schreef hij ook toneelstukken, romans en essays.

In 1929 begon Hoornik zijn journalistieke carrière bij het dagblad De Tijd, vanaf 1933 was hij redacteur bij het Algemeen Handelsblad. In 1934 trouwde hij met Elisabeth Nussbaum. Uit dit huwelijk kreeg hij drie dochters, het paar scheidde in 1957. Vanaf 1929 publiceerde Hoornik gedichten en verhalen; in 1936 verscheen zijn eerste gedichtenbundel Het Keerpunt.

Na de oorlog was Hoornik redacteur kunst van Vrij Nederland. Vanaf 1954 was hij ook redacteur van het politiek-literaire blad De Gids. Tevens was hij vanaf het begin in 1958 tot zijn overlijden in 1970 verbonden aan het driemaandelijkse, Engelstalige tijdschrift Delta, a review of arts and thoughts in the Netherlands. Eerst als “editor” en vanaf 1966 eveneens als directeur van de “Delta International Publication Foundation”, de uitgever van het tijdschrift.

Na zijn scheiding trouwde Ed Hoornik in 1957 met Mies Bouhuys, die over haar leven met hem het boek Het is maar tien uur sporen naar Berlijn schreef. Hoornik was bevriend met Gerrit Achterberg en Anna Blaman die het kort verhaal Ram Horna op hem inspireerde.

Enkele dichtbundels

Het keerpunt (1936)
Geboorte (1938)
Mattheus (1938)
Steenen (1939)
Een liefde (1941)
Tweespalt (1943)
Ex tenebris (1948)
Het menselijk bestaan (1952)
Achter de bergen (1955)
De vis (1962)
De overweg (1965)

Bron: Wikipedia

Meer info