Plejade van cyclische luchtkastelen

Plejade van cyclische luchtkastelen

Als een reveil van gerecycleerde vergankelijkheid, somptueus in idiotie
maar sober vol onbegrepen gratie,
als een vicieus vibrato van dolgedraaide stilte,
smachten zeven – ja, zeven! –
gracieuze gratiën naar een streling,
een onooglijke blik.
Naar een aai van onverholen bewondering,
vol verwondering.

Het aftandse tandwiel grijpt de ketting bij de kraag,
eerst traag, maar gestaag.
Dan mijmerend onder de loodzware cadans van vergeten zweet en gezwoeg.
Enkel stoppend voor noodzakelijk gevoeg,
of… een kus van onverhulde reflectie,
vol affectie.

Het stuur is de pedalen kwijt, dorstend naar eeuwige roest die rust.
Gedwee als volgzaam vee met een metaalmoeë koebel,
maar geheid in de verleiding, lonkend en lokkend naar wie begrijpt.
Zonder weerga, compleet in idiotie,
vol impressie.

Het zadel is opgezadeld met weeë heimwee naar het zompige zeem door onvermurwbaar malende billen.
Naar een paffige perzik of een kont met kommer gekweld.
Naar de hete adem van een flat(t)erende flatus, zonder verluchting,
vol verlichting.

Een stilzwijgend, ijdel perpetuum mobile, wijdverbreid
in het celeste licht van ijlheid,
van de WAK op de tak springend,
maar het onomatopee sprekend van immer weerkerende leeë stilte,
vol witte kilte.

Ludo Coulier – april 2005

Meer over de cyclische luchtkastelen