Jan Jacob Slauerhoff – Woorden in de nacht

Woorden in de nacht

Voel je hoe ik naar je toe kom?
Je bent naakt in den nacht.
Wacht ik doe eerst een doek om.
Nog niet, nog niet.
Liefkoos mij, zacht.
Zeg dat je mij mooi vindt
En alleen door te streelen
In ‘t donker, mij ziet.
Zullen wij spelen,
Dat wie ‘t eerste lacht,
Moet ondergaan wat de ander bedacht?
O, laat het doorgaan,
Totdat wij doodgaan.
Alles wat hierna komt
Is niets dan Dood, vermomd
in schijn van Leven.
Neem mij weer, wacht nog even. Woninglooze
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
Nooit vond ik ergens anders onderdak;
Voor de’ eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
Een tent werd door den stormwind meegenomen.
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.
Zoolang ik weet dat ik in wildernis,
In steppen, stad en woud dat onderkomen
Kan vinden, deert mij geen bekommernis.
Het zal lang duren, maar de tijd zal komen
Dat voor den nacht mij de oude kracht ontbreekt
En tevergeefs om zachte woorden smeekt,
Waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde
Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
Plek waar mijn graf in ‘t donker openbreekt.
Pratend mannetje, allemaal woorden
Auteur: Jan Jacob Slauerhoff
Meer over Slauerhoff