Univers, weekblad van de UvT - Onderzoek: Tilburgse instanties moeten huiselijk geweld tegen vrouwen beter signaleren
Gepubliceerd: 22 november 2001

Onderzoek: Tilburgse instanties moeten huiselijk geweld tegen vrouwen beter signaleren

'Soms is doen alsof je niks ziet makkelijker'
Zomaar een scene. Ze draagt een zonnebril op een druilerige dag. Afgemat gelaat verraadt onzekerheid over wat haar thuis wacht. Een leven getekend door de buien van haar partner. Niet kunnen lachen, niet durven huilen. Ze aarzelt alvorens ze de drempel over stapt. Een flatgenoot houdt het hoofd afgewend en loopt voorbij. Ze kiest toch om te blijven? De deur valt traag achter haar dicht.

De statistieken liegen er niet om. Eén op de negen vrouwen krijgt te maken met geweld door haar mannelijke partner. Dit cijfer stamt uit 1989. De vrouwenbeweging, de media van Viva tot NRC besteden al jaren uitgebreid aandacht aan huiselijk geweld. Om maar te zwijgen over de repeterende éénkolommertjes in de kranten. Beleidsmaatregelen genoeg, hulpverlening genoeg, bewustheid onder 'het volk' genoeg. Anno 2001 staat huiselijk geweld op de agenda's van alle instanties en beroepsgroepen die er toe doen: slachtoffers worden geholpen, daders aangepakt. Toch?

"Nee", stelt Lucia van Iersel, staffunctionaris beleid van centrum voor hulpverlening aan vrouwen en kinderen Stichting huis in de Bocht in Goirle. "Mensen weten dat vrouwenmishandeling voorkomt, maar als het dichtbij komt, blijken zelfs doktoren en politieagenten niet altijd te weten wat ze in een concrete situatie moeten doen. Het kost inspanning om daarachter te komen. Dan is het makkelijker om te doen alsof je niks ziet."

De laatste jaren is de aandacht voor huiselijk geweld verschoven. Het is niet alleen een kwestie van het opvangen van slachtoffers, onderzoek heeft aangetoond hoe belangrijk het is om het geweld tijdig te signaleren en te stoppen, om escalatie te voorkomen en de schade te beperken. "Vroeger werd vrouwenmishandeling gezien als een privé-probleem, nu beseft men dat het de hele maatschappij aangaat. Het is wettelijk verboden om iemand in mekaar te meppen, dus ook je eigen vrouw." Een aantal jaren geleden zijn in diverse grote steden allerlei projecten gestart, maar in Tilburg miste Van Iersel een samenhangend preventieprogramma en hulpverleningsbeleid. Ze benaderde daarom in december 2000 een vijftiental organisaties om dit op te zetten: het project 'huiselijk geweld' was geboren. Om meer mishandelde vrouwen te bereiken, schakelde Van Iersel via de wetenschapswinkel onderzoekster Klaartje van Genugten in om dit netwerk van organisaties die zich bezig (kunnen) houden met huiselijk geweld beter in kaart te brengen. Uit het onderzoek van Van Genugten blijkt dat veel instanties niet bijhouden wanneer er sprake is van vrouwenmishandeling. Daarom start van januari tot april 2002 in Tilburg een proef met éénzelfde registratiesysteem, waarbij deelnemers eenzelfde definitie van 'huiselijk geweld' hanteren. "Dan pas krijgen we zicht op de getallen en kunnen we zien of het hulpverleningsaanbod toereikend is."

De vrouwen zelf zijn vaak niet de meest stabiele mensen, na jaren mishandeling hebben ze weinig energie om in hun eentje allerlei stappen te zetten. Van Iersel wil daarom dat alle beroepsgroepen die mishandelde vrouwen mogelijk kúnnen doorverwijzen, dit ook daadwerkelijk gaan doen. Je bent er niet met brochures alleen, denkt ze. "Mensen worden overstelpt met informatie." Daarom moet er een simpel protocol komen, een standaardvragenlijst die dwingt stil te staan bij mishandeling met een soort a-b-c-stappenplan waar iedereen in twee minuten tijd kan concluderen wat hij moet doen. Daar schort het nu vaak aan, zelfs bij de politie.

"We missen een vaste aanpak van zaken wanneer de man de vrouw slaat", erkent Peter Rens, zorgcoördinator van de Tilburgse politie. "De agenten van de noodhulp die overal op afgaan, sterven van de meldingen. Als de buren bellen dat ze geschreeuw en herrie horen en de politie arriveert maar ziet geen sporen van een vechtpartij of mishandeling en de vrouw ontkent dat er iets aan de hand is, dan gaan ze naar de volgende melding." Deze 'vage meldingen', waarbij echter wél vaak duidelijk is dat er geweld gebruikt is, blijven nu buiten de statistieken. "Die belanden onder de categorie 'buren-relatieproblemen' in de politiecomputer", vertelt Rens. "Maar ook als onomstotelijk vaststaat dat er geweld gebruikt is, wordt dit niet eenduidig geregistreerd onder 'vrouwenmishandeling'. Veel collega's registreren dit ook als 'gewone mishandeling'. Ik zou het graag anders zien, maar landelijk is hier door Justitie niet voor gekozen."

Gevraagd naar het aantal gevallen van vrouwenmishandeling dat in Tilburg vaststaat: "Die cijfers zeggen werkelijk niets, hoor." Maar goed: in de gemeenten Tilburg, Goirle, Oisterwijk en Hilvarenbeek tezamen werd in 2000 111 keer een zaak genoteerd onder de categorie 'vrouwenmishandeling'. Het topje van de spreekwoordelijke ijsberg.

Volgens Van Iersel klagen vrouwen regelmatig dat meldingen niet serieus genomen worden, maar de zorgcoördinator herkent dit niet. "Als er aangifte wordt gedaan, trekt de vrouw die vaak later weer in. We vertellen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van politiehulp. Soms komen vrouwen hier wel vier, vijf keer. Twijfelen ze: wel-niet-wel-niet. De meeste agenten nemen aangiftes wel degelijk serieus, maar bij zo'n jojo-effect zijn er collega's die zeggen 'wat wil je nou?'"

Rens hoopt dat er in de loop van volgend jaar een bijscholingscursus komt. "Alle collega's moeten meer inzicht krijgen in de achtergronden, waarom een vrouw toch vaak blijft bij een gewelddadige partner." Als zo'n vrouw het huis uit wil, belt de politie nu de SOS-dienst van de Stichting Contour, die heeft overzicht van de plekken die noodbedden hebben, Blijf-van-m'n-Lijf-huizen of De Bocht. Dan brengen agenten die vrouwen daarheen. Maar Rens vindt ook dat de hulpverlening in Tilburg actiever moet zijn, die kan verder gaan dan politieagenten. "Wij kunnen het maatschappelijk werk inschakelen, doen dat ook. Maar als zo'n vrouw niet reageert of een keer niet op een afspraak komt, wordt ze al snel van de lijst geschrapt. Dat moet anders. Hulpverleners moeten zo'n vrouw thuis opzoeken." Duidelijke afspraken met de hulpverlening zouden de betrokkenheid van agenten stimuleren, denkt Rens, want dan zien ze dat er meer gebeurt en dat is minder frustrerend. "Hulpverleners moeten die vrouwen zo sterk en weerbaar maken dat ze aangifte wel aandurven."

Een andere, belangrijke schakel in het netwerk om vrouwenmishandeling te signaleren, zouden de eerste-hulpafdelingen van ziekenhuizen kunnen zijn. Wilbert Hoedemakers, hoofd afdeling spoedeisende hulp van het St. Elisabethziekenhuis, weet zich echter niet te herinneren dat hij ondervraagd is door onderzoekster Van Genugten over huiselijk geweld. "Ik heb ook geen flauw idee hoe vaak het voorkomt. Tot op heden is het een kwestie van de oplettendheid van individuele verpleegkundigen of artsen of mishandeling wordt opgepikt. Sommigen proberen bijvoorbeeld wel de man, als die is meegekomen, even weg te lokken en dan vragen te stellen aan de vrouw", aldus Hoedemakers. "We zien wel 'hee, die is hier al drie, vier keer geweest met soortgelijke verwondingen', en dan gaat er wel een belletje rinkelen. Maar meer dan ernaar vragen kun je niet doen."

Er is geen beleid in het ziekenhuis om deze vrouwen door te verwijzen naar een hulpverleningsinstantie. En evenmin als het Twee Stedenziekenhuis doet het St. Elisabeth mee aan de proefregistratie van drie maanden. Hoedemakers ziet geen noodzaak. "Bij kinderen denken we daar anders over. Sinds dit jaar hebben we een protocol inzake kindermishandeling, waarbij de verpleegkundige 'ja' of 'nee' moet invullen bij de vraag 'denkt u aan mishandeling'. Dat dwingt hen in een bepaalde richting te denken." Aandacht voor vrouwenmishandeling zit niet structureel in ons denken, erkent hij. "Als we meer erover zouden weten, meer cijfers zouden kennen, zou dat misschien anders zijn. We hebben nogal wat activiteiten, je moet keuzes maken. Het gaat tenslotte om volwassenen, daarvan verwacht je dat zij zelf hun problemen aangeven. Vrouwenmishandeling heeft geen prioriteit."

Bron van dit artikel

Terug naar de linkrubrieken
Home