De meeste schoolboeken in het voortgezet onderwijs staan vol met beeldmateriaal. Bovendien werken veel scholen met digitale lesmiddelen als cd-roms en websites. Plaatjes, animaties en grafieken vormen echter een enorm obstakel voor leerlingen met een ernstige visuele beperking. Sommige vakken zijn daardoor met name voor blinde en ernstig slechtziende leerlingen niet goed of zelfs helemaal niet toegankelijk. Het 'Gaten Dichten' project van Bartiméus Onderwijs is bedoeld om die situatie te verbeteren.
'Wat denk je dat je nu voelt?' Ik tast met de toppen van mijn vingers over een tactiel blad uit een voor mij onbekend boek: gebogen lijnen in reliëf, stippeltjes, een onduidelijke vorm. Een plattegrond? Een grafiek? Een beeld? Ik heb geen idee.
'Kijk maar weer.' Tot mijn verbazing kijk ik naar een tactiele afbeelding van een discuswerper. De tekening staat in een speciaal voor blinde mensen vervaardigde catalogus van het Musée des Sciences in Parijs. Dorine in 't Veld en Dick Lunenborg, beiden werkzaam bij Bartiméus Onderwijs en projectleiders van het 'Gaten Dichten' project, kijken tevreden. De proef is geslaagd: ook ziende mensen kunnen zich bij tactiele bladen zonder extra uitleg niet goed voorstellen wat wordt afgebeeld. En daarmee is ook begrijpelijk gemaakt waarom blinde leerlingen vaak zo'n moeite hebben om tactiele tekeningen zonder nadere uitleg te begrijpen.
Docenten op reguliere scholen en ambulant onderwijskundige begeleiders hebben in het voortgezet onderwijs echter maar zeer beperkte mogelijkheden en formatie om extra persoonlijke uitleg en begeleiding te bieden. Juist in die situatie is lesmateriaal nodig waarmee leerlingen optimaal zelfstandig kunnen werken. In het lesmateriaal dat door de Anders Lezen bibliotheken wordt omgezet, staan echter vaak zinnen als: 'Dit kan niet worden omgezet, raadpleeg je docent'. En als een tekening wel wordt geleverd, dan is er geen handleiding voor de leerling of de reguliere docent over hoe deze gelezen moet worden. Sommige vakken, - met name de exacte vakken - zijn daardoor in de praktijk niet (goed) toegankelijk voor leerlingen die het normale beeldmateriaal niet kunnen gebruiken. In feite staan ze door de ontoegankelijkheid van het lesmateriaal buiten spel. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ook blinde en zeer slechtzienden moeten de vakken kunnen kiezen die passen bij hun talenten en tot op het hoogste niveau onderwijs kunnen volgen. Daarom is het 'Gaten Dichten' project in het leven geroepen.
Het 'Gaten Dichten' project heeft een tweeledige opzet. Dick en Dorine: 'Om te beginnen gaan we een databank opzetten met tips voor docenten. Bijvoorbeeld over de manier waarop je voor blinde leerlingen moeilijk uit te leggen begrippen als perspectief, schaduw of diepte ook aan hen duidelijk kunt maken. Daarvoor putten we uit de specialistische kennis die we binnen Bartiméus Onderwijs in huis hebben. Verder willen we onderzoeken hoe je driedimensionale modellen in het onderwijs voor blinde kinderen kunt gebruiken om begrippen als een kubus, een kogel, of een celstructuur uit te
leggen. Probleem is dat dergelijke modellen ontzettend duur zijn. Wij willen onderzoeken of Bartiméus dit soort modellen zelf op een relatief makkelijke
manier kan maken om uit te lenen. En natuurlijk willen we weten aan welke modellen er binnen het reguliere voortgezet onderwijs behoefte is.'
Het 'Gaten Dichten' project brengt ook de mogelijkheden in kaart van de productie en verspreiding van tactiele tekeningen. Daarbij gaat het om tekeningen waarop je ook golflijnen, kromme lijnen, arceringen en tabellen zichtbaar kunt maken. Met de traditionele brailleprinter kan dat niet. Dorine en Dick: 'Speciaal voor dit doel gaan we werken met een soort superbrailleprinter: de 'Tiger Embosser'. Daarnaast hebben we nog een andere zeer geavanceerde techniek tot onze beschikking: het computerprogramma 'Talking Tactile Tablet'. Dit kunnen we gebruiken om door de 'Tiger
Embosser' gemaakte tactiele tekeningen van uitleg in gesproken vorm te voorzien. Met deze apparatuur kunnen we voor docenten en hun blinde leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs aangepast lesmateriaal op maat maken waarmee beiden kunnen werken.' In de meest ideale situatie werkt het als volgt. Een docent heeft voor een project een tactiele tekening nodig. Deze kan dan met de Embosser worden gemaakt en vervolgens met Talking Tactile Tablet van uitleg worden voorzien. En dat maak je vervolgens weer op AOB-online beschikbaar. Zo'n aanpak heeft drie voordelen. Je neemt een docent enorm veel werk uit handen. Tegelijkertijd bied je zowel de blinde
leerling als zijn docent meer mogelijkheden om met elkaar te communiceren: een onmisbare voorwaarde voor goed onderwijs! En tenslotte heeft de blinde leerling door de beschikbaarheid online veel meer mogelijkheden voor zelfstudie.
Het 'Gaten Dichten' project voorziet ook in een praktische pilot waaraan vier kinderen in verschillende leerjaren van het speciaal onderwijs en 45 leerlingen in het reguliere onderwijs meedoen. Een speciaal team van Bartiméus-docenten en specialisten gaat met hen werken en in kaart brengen waar leerlingen in het voortgezet onderwijs tegenaan lopen. Het lesmateriaal waarmee zal worden gewerkt, is gebaseerd op voor het voortgezet onderwijs beschreven kerndoelen. Er zijn tal van vragen die zij van een passend antwoord zullen voorzien. Bijvoorbeeld welke standaardtekeningen en -boeken al beschikbaar en bruikbaar zijn, en wat er moet worden aangevuld? Hoe omgaan met projectonderwijs waaraan blinde leerlingen vaak niet kunnen meedoen? De bedoeling is om aan de hand van de uitkomsten een standaard te ontwikkelen voor het omzetten van lesmateriaal waarmee niet alleen de blinde leerling maar ook zijn ziende docent kan werken.
Naast de toepassingsmogelijkheden van dit project voor docenten en hun blinde leerlingen en het reguliere voortgezet onderwijs zien Dick en Dorine meer pluspunten: 'Omdat al onze kennis en methodiek voor iedereen op het internet beschikbaar komen, ondersteun je ook ziende leerlingen. Ook voor hen zijn de tekeningen, beschrijvingen en driedimensionale leermiddelen met aanvullende uitleg handig. En nog belangrijker: op deze manier kunnen ziende en niet-ziende leerlingen met elkaar samenwerken. Dat lijkt ons voor beiden een enorme verrijking. Daarnaast is de combinatie van gesproken informatie en beeld ook nog eens heel goed toepasbaar voor bijvoorbeeld dyslectische leerlingen. Uiteindelijk hopen we te bereiken dat blinde leerlingen in het voortgezet onderwijs gelijke kansen krijgen aan die van hun ziende leeftijdgenoten. Met dit project willen we bijdragen om dat te realiseren.'
(Bartiméus magazine nr. 2/2005)
Terug naar Nieuws