Taxichauffeurs moeten hulpmiddelen zoals een hulphond, een rollator of zuurstofflessen meenemen in hun taxi. Staatssecretaris Mansveld van Openbaar Vervoer gaat dit per wet regelen. Ieder(in) en de Oogvereniging zijn hier verheugd over. Wel zien de organisaties nog enkele knelpunten in de uitvoering.

De staatssecretaris wijzigt hiervoor het Besluit Personenvervoer 2000. Hij heeft belanghebbenden gevraagd een reactie te geven op de voorgenomen wetswijziging. Ieder(in) en de Oogvereniging hebben dat in een brief gedaan.

Aanbieden alternatief

In de regeling staat dat chauffeurs die allergisch of fobisch (bang) zijn voor honden, een passagier met een hulphond wel mogen weigeren. Daar hebben wij uiteraard begrip voor, maar in de regeling staat niet wat er in zo’n geval verder moet gebeuren.
Om te voorkomen dat de passagier in zo’n geval helemaal niet vervoerd wordt, pleiten de beide organisatie er nadrukkelijk voor om in de regeling de verplichting op te nemen dat als een chauffeur een hulphond om die reden weigert, de vervoerder in dat geval (binnen redelijke tijd) een alternatief moet aanbieden.

Onduidelijk

De regeling noemt een aantal voorbeelden van hulpmiddelen: honden, rollators, zuurstofflessen. Ook staat in de regeling dat hulpmiddelen die te groot zijn niet meegenomen hoeven te worden. Hetzelfde geldt voor hulpmiddelen die beschadigingen aan de auto kunnen veroorzaken.
Beide criteria zijn lastig te definiëren en kunnen discussie opleveren met de chauffeur. Om dit te voorkomen vragen de organisaties de staatssecretaris deze criteria beter te omschrijven. Bijvoorbeeld: een hulpmiddel is alleen te groot als het daadwerkelijk op geen enkele wijze in de auto past.

Bron: Ango
16 januari 2015