Eerste hulp voor blinden, doven en dyslectici

Taal- en spraaktechnologie maakt het leven van mensen met een beperking heel wat makkelijker

Als je niet of heel slecht kunt horen, is het gemakkelijk als een apparaat gesproken taal kan omzetten in iets dat je kunt lezen. Als je blind, slechtziend of sterk dyslectisch bent, kan een toepassing die gedrukte woorden in spraakklanken omzet, je laten luisteren naar tekst. Zo kan spraaktechnologie uitkomst bieden.
Man met hand achter oor
Wat voor de meeste mensen vanzelfsprekende communicatie is, kan voor anderen door lichamelijke problemen op verschillende manieren een belemmering zijn. In veel gevallen kunnen patiënten met oefeningen en hulpmiddelen worden geholpen om ondanks hun beperking toch te communiceren. In toenemende mate wordt daarbij taal- en spraaktechnologie met succes ingezet. Voorbeelden van technieken die het schrijven kunnen vergemakkelijken zijn:
1) voorspellen van het bedoelde woord op basis van de eerste letters. Tik ‘proc’ en u kunt het gesuggereerde woord ‘proces’ aanklikken
2) gebruiken van een toetsenbord waarop alle letters verdeeld zijn over slechts acht toetsen. Tik 33666336 en uit alle denkbare lettercombinaties kiest de software het woord ‘fenomeen’
3) herkennen van tikfouten, bijvoorbeeld door het aanraken van de toets naast de bedoelde. Tik ‘drcu’ en een van de suggesties is ‘sexy’.

Vaak maakt communicatieondersteunende software gebruik van een of andere omzetting: spraak wordt schrift, spraak of schrift wordt beeld (pictogrammen, gebarentaal), schrift wordt spraak, schrift of spraak wordt braille, beeld wordt schrift of spraak.

Een spraakgenerator zet tekst om in geluid dat klinkt als gesproken taal. Mensen die weten dat ze hun spraakvermogen zullen verliezen, kunnen hun eigen stem opnemen. Die opname kan zo in de spraakgenerator worden verwerkt, dat die (ongeveer) gaat klinken als de eigen stem.

Voor de ontwikkelaars van taalhulpmiddelen is het belangrijk om rekening te houden met de omgeving van de persoon. Mensen die moeilijk of niet kunnen spreken, kunnen gebruikmaken van een draagbaar beeldscherm dat zichtbaar maakt wat ze willen zeggen. Maar als de mensen in hun omgeving niet kunnen lezen, doordat ze te jong, blind of analfabeet zijn, is zo’n voorziening geen goede oplossing.

Bron: 6 november 2013 – De Standaard [] – Rik Schutz; p.4